Precies twintig jaar geleden, in het voorjaar van 2000, bracht VAOP de BioCom op de markt: een revolutionair compostvat waarmee huishoudens zelf hun gft-afval konden omzetten in een hoogwaardige bodemverbeteraar. Ook een uitkomst voor gemeenten, want als burgers zelf hun gft-afval verwerken, hoeft de gemeente dat ook niet in te zamelen. En daar was het VAOP, als cooperatieve vereniging van ruim 100 gemeenten, eigenlijk om te doen.
Om dit jubileum te vieren heb ik deze week mijn eigen BioCom verbouwd. Dat klinkt niet erg eerbiedig, maar ik geloof juist erg in het basisidee van de BioCom. En ondanks de problemen die ik er zelf mee heb gehad (en die misschien geheel aan mijzelf te wijten zijn) ben ik ervan overtuigd dat ook mijn BioCom in staat is om supercompost te produceren.
Blubber
De BioCom werd geintroduceerd als de geavanceerde opvolger van de VAM-vaten die vanaf de jaren ’80 dankzij gemeentelijke subsidies aan honderdduizenden huishoudens waren verkocht. Het VAM-vat was namelijk geen onverdeeld succes. In 2000 schreef het Reformatorisch Dagblad:
Na een flitsende start leden veel VAM-vaten al snel een kwijnend bestaan. Eronder verscheen een straaltje onduidelijke drab, erboven wolkten de fruitvliegjes. En compost? Ho maar, tenminste in veel gevallen. Een klein aantal doorzetters peutert af en toe nog een emmertje onduidelijke tuinaarde uit het gat, waar dan vervolgens de afdekschuif maar nauwelijks weer voor wil.
Niet best. Groot probleem met de VAM-vaten was de ophoping van vocht. Gft-afval bestaat voor 60% uit water. Als dat niet weg kan, krijg je geen compost, maar een stinkende blubber. Harry Swinkels, destijds zelf werkzaam bij de VAM, ontwikkelde daarom de BioCom. Bij de BioCom zaten er ventilatieroosters in het deksel en de zijwanden zodat het vocht als waterdamp kon ontsnappen. Verder lag er onderin een geperforeerde plaat waardoor het water in een lekbak kon zakken. Via een slangetje kon je dit lekvocht eventueel opvangen en gebruiken als vloeibare mest. Dit slangetje zat bij aflevering overigens heel schattig aan een speciaal nippeltje aan de zijkant van de bak geprikt. Er was zorgvuldig over de BioCom nagedacht.
Tijgerwormen
Wat de BioCom echt bijzonder maakte, waren de beesten die je erbij kreeg. Ik weet nog dat ik pas bij VAOP werkte en voor het eerst iemand aan de lijn kreeg die een emmer tijgerwormen wilde bestellen. Ik dacht dat ik in de zeik genomen werd. Die tijgerwormen vormen echter de motor van de BioCom. Hoewel ik altijd heb gedacht dat het heel exotische dieren zijn, is het gewoon een regenworm die van nature in Nederland voorkomt. Ze leven van rottend organisch materiaal en wat ze uitpoepen is zogenaamde vermicompost: een bijzonder voedingsrijke grond. Die wormen doen in de BioCom dienst als levende compostversnellers.
Toen VAOP in 2011 ophield te bestaan, heb ik een showmodel van de BioCom mee naar huis genomen. Er zaten een foldertje en een instructievideo bij, maar geen wormen natuurlijk. In de veronderstelling dat je zonder wormen ook wel compost kon maken – als je maar lang genoeg wacht – heb ik een paar jaar lang al mijn gft-afval in de BioCom gekieperd. Maar net als de VAM-vaten produceerde mijn BioCom alleen maar zwarte prut die stonk als een stilstaande sloot. Ik heb het wel steeds door mijn tuin geharkt, maar volgens mij groeiden mijn planten er alleen maar slechter van.
StadsWormerij
Vorige week heb ik besloten om serieus compost te maken. Mijn eerste ingeving was natuurlijk om – conform de handleiding – een emmer tijgerwormen te bestellen. Maar ik kon mij niet goed voorstellen dat zij zich thuis zouden voelen in 240 liter bedorven groentensoep. Ik moest dat vocht zien kwijt te raken. Mijn tweede ingeving was dan ook om halverwege de bak een rooster van fijnmazig betongaas te maken. Het vocht kon daardoor waarschijnlijk makkelijker weglopen dan door die geperforeerde plaat. Door de extra luchtlaag onder het gft zou er bovendien misschien ook meer vocht verdampen, mits ik in het onderste deel wat extra ventilatiegaten boorde.
Diezelfde week heb ik ook contact gezocht met Edgar van Groningen van de Stadswormerij: een sociale onderneming in Amersfoort die vermicompost maakt. Toen ik hem vertelde dat ik op zoek was naar wormen voor een BioCom, wist hij precies waar ik het over had. En hij kende ook de kwalen van de BioCom: ja, de opvolger van het VAM-vat had eveneens een vochtprobleem. In het verleden had Edgar ook al eens een BioCom omgebouwd, bijna op dezelfde manier die ik voor ogen had. Maar met een klein, maar belangrijk verschil: in plaats van betongaas gebruikte hij een reeks spijlen. Op die manier kun je namelijk met een harkje van onderaf het compost loskrabben. Dat is met betongaas wat lastiger. Overigens vertelde Edgar mij dat een beetje vocht niet erg is: regenwormen zijn wel wat gewend.
Onderstaande foto’s tonen het resultaat. Ik ben er blij mee. Ik denk dat ie nog wel 20 jaar mee kan.
Volgende week ga ik bij de StadsWormerij een emmer tijgerwormen halen. Wordt vervolgd.
De BioCom
Mijn eerste idee was om een stuk betongaas te gebruiken. Ik had daarom al vier hoekprofielen halverwege de BioCom gemonteerd.
Op aanraden van Edgar toch gekozen voor spijlen (aluminium buizen van Ø 10 mm). Merk op dat de gaten in de strips niet mooi op één lijn zitten. Het blijkt erg lastig om een boortje 10 in bedwang te houden in zacht aluminium…
Maar vanuit deze hoek ziet het er toch strak uit, vind ik zelf.
Ondertussen heeft de inhoud van de BioCom een paar dagen op mijn terras gelegen, tot grote blijdschap van het plaatselijk gevogelte dat nooit eerder zoveel pissebedden op zo’n klein oppervlak zag.
Het gft zit weer in de bak. Foto van onderaf genomen.
